Wordt het in de komende jaren gemeengoed om wespennesten niet te bestrijden, maar om voor diervriendelijkere oplossingen te kiezen?
Van bestrijden naar behouden of verplaatsen. Bij de Wespenstichting merken ze, dat er duidelijk behoefte is aan andere benaderingen bij problemen met wespen.
'We krijgen regelmatig te horen dat mensen alleen maar ongediertebestrijders vinden in de zoekresultaten, wanneer ze zoeken naar informatie over wespen. Wij weten dat daar inmiddels wel verbetering in gekomen is. Maar zo af en toe krijgen we toch nog spijtoptanten aan de lijn die ons kennelijk nog niet kenden of konden vinden', vertelt woordvoerder Nathan Veenstra.
Sinds 2021 zet de Wespenstichting zich in om het negatieve imago dat wespen hebben te verbeteren én om alternatieven te bieden voor bestrijding. Zo kunnen wespennesten vaak gewoon blijven zitten, al dan niet met wat maatregelen om risico's te beperken. Wanneer dit geen optie is, worden de nesten verplaatst. In 2024 waren er nog 840 aanvragen voor hulp of advies. Afgelopen jaar is dat aantal gestegen naar meer dan 2.550 aanvragen. Ruim drie keer zoveel.

De enorme groei heeft, volgens Veenstra, drie belangrijke oorzaken.
'We hebben duidelijk meer naamsbekendheid dan vorig jaar. Onze webpagina - die in 2024 is vernieuwd - is steeds beter in de zoekmachines te vinden. En 2024 was een slecht jaar voor de wespen, zodat er minder overlast werd ervaren. Daardoor kon het aantal aanvragen vorig jaar alleen maar toenemen.'
Waardoor is die naamsbekendheid zo gegroeid?
'Wij staan op allerlei evenementen, waar we heel leuke gesprekken met mensen hebben. Onze jaarlijkse wespentelling draagt bij aan meer bekendheid. En we merken dat het Jaar van de wesp in 2024 ook positief voor ons heeft uitgepakt', volgens Veenstra.
'We bestaan ook pas vijf jaar. Dus het is niet gek dat er nog veel te winnen is aan naamsbekendheid. Ieder jaar groeit onze bekendheid. Afgelopen jaar was het zelfs zo'n drukte, dat we die bijna niet aan konden. Gelukkig kwam er een aantal nieuwe fanatieke vrijwilligers bij. Zij voorkwamen juist dat wij slachtoffer werden van ons eigen succes.'
Van alle aanvragen in 2025 ging het bij 46 procent om nesten van de limonadewespen. Dit zijn eigenlijk twee soorten. Namelijk de gewone wesp en de Duitse wesp, die in uiterlijk en gedrag bijzonder veel op elkaar lijken. Deze wespensoorten gaan in de zomer op zoek naar zoetigheid en komen bij ons op de terrassen.
Van alle vastgestelde soorten uit de hulpaanvragen ziet de top 5 er als volgt uit:
Van alle aanvragen was er bij 20 procent niet met zekerheid vast te stellen om welke wespensoort het ging.
'Het gaat hierbij vaak om nesten die niet zichtbaar zijn. En laat dat nou net een kenmerk zijn van nesten van limonadewespen. Al maken ook de hoornaars, Saksische wesp en Franse veldwesp weleens nesten op plekken waar wij ze niet kunnen zien. Het is aannemelijk dat zeker de helft van deze aanvragen nesten van limonadewespen betreft', legt Veenstra uit.
Bij de hulpaanvragen uit Limburg valt op, dat het bij 34 procent van de gevallen gaat om nesten van de Europese hoornaar.
'De Europese hoornaar kwam enkele decennia geleden vooral voor in Limburg en in het oosten van Gelderland', vertelt de woordvoerder van de Wespenstichting. 'Deze soort heeft sindsdien een enorme groei in aantallen en verspreiding doorgemaakt in ons land. Inmiddels komt de Europese hoornaar in heel Nederland voor. Toch is het wel opvallend hoeveel aanvragen uit Limburg deze soort betrof.'
In twaalf gevallen is er een bestrijder ingeschakeld, dat is gemiddeld meer dan in de rest van het land.
Veenstra: 'Er waren enkele nesten van de Aziatische hoornaar. Afgelopen jaar werden deze nog door de provincie bestreden. Daarnaast zaten nesten van de Europese hoornaar soms op heel onhandige plekken. Daardoor was bestrijding onvermijdelijk, hoezeer wij ook anders hadden gewild.'
Een van de alternatieven voor bestrijding is het verplaatsen van wespennesten. Het nest wordt dan losgemaakt van de plek waar het zit en met wespen en al verhuisd naar een locatie die minimaal drie kilometer verderop ligt. Dit is wel de meest rigoureuze methode die de Wespenstichting adviseert.
'Verplaatsing van een wespennest levert de wespen stress op', zegt voorzitter Sjoert Fleurke. 'De eerste dagen na de verplaatsing wordt er vaak nauwelijks aan het nest gewerkt, omdat de werksters van slag zijn én de nieuwe omgeving moeten verkennen. Als het even kan, laten we het nest daarom het liefst zitten.'
Dat verklaart ook waarom slechts 6,5 procent van de wespennesten werd verplaatst. Dat zijn toch nog ruim 180 nesten in totaal.
Het is ook de ongediertebestrijders niet ontgaan dat klanten gifvrije methodes willen. De verwachting is zelfs dat ze voor insecten - net als nu bij muizen en ratten - moeten overgaan op Integrated Pest Management (IPM). . Bij IPM gaat het om het voorkomen van overlast en wordt bestrijding zoveel mogelijk voorkomen. En ook dit merken ze bij de Wespenstichting.
'Afgelopen jaar hebben enkele medewerkers van ongediertebestrijdingsbedrijven meegedaan aan onze cursussen. En zij hebben ook al wespennesten verplaatst', vertelt Fleurke. 'Volgens één van deze bestrijdingstechnici is de verwachting, dat het gebruik van biociden over enige tijd niet meer mag. Dus ze zullen ook wel moeten overschakelen op meer natuurvriendelijke oplossingen.'
Vooralsnog is niet bekend wanneer de overheid IPM voor insecten in de ongediertebestrijding verplicht gaat stellen. Dat de vraag naar gifvrije oplossingen toeneemt, merkt de stichting niet alleen aan de stijging in de aanvragen. Maar ook aan de gesprekken met de mensen. Regelmatig blijkt daaruit dat ze blij zijn om te weten dat deze oplossingen bestaan.