
“Mooi”, “Lastig”, “Gevaarlijk”, “Magisch”, “Koud”, “Gezellig”. Dezelfde sneeuw, en toch compleet verschillende belevingen.
Vaak wordt gezegd, dat de Eskimo- en meer specifieker de Inuit-talen uitzonderlijk veel woorden hebben voor sneeuw. Dat beeld klopt niet helemaal, maar het wijst wel op iets belangrijks. In deze talen bestaan meer basiswoorden voor sneeuw en ijs, die via samenstellingen steeds specifieker worden.
In een omgeving waar sneeuw en ijs bepalend zijn voor veiligheid en overleving, is die taalkundige nuance noodzakelijk. Taal fungeert daar écht als hulpmiddel om de wereld nauwkeurig waar te nemen. Wie dagelijks met sneeuw leeft, móét het verschil kennen. Het gaat niet alleen om wit of koud, maar om veiligheid, richting én overleven.
Eigenlijk weten we het allemaal wel, maar hier wordt het nog duidelijker: woorden zijn niet alleen losse letters of een verwijzing, maar gereedschap om te overleven.
Het zette Evelien aan het denken en was voor haar de aanleiding om hier onderzoek naar te doen. Want hoeveel woorden hebben wij eigenlijk voor onze eigen binnenwereld?
'In mijn werk zie ik vaak hoe mensen gevoelens samenvatten tot één containerbegrip: “Het gaat wel.” “Ik ben moe.” “Het is gewoon druk.” Maar onder dat “wel” kan verdriet zitten. Onder die “moeheid” angst. Onder “druk” een lichaam dat al maanden op reserves draait.'
'En net als sneeuw is gevoel zelden één ding. Er is immers een verschil tussen uitgeput zijn en leeg zijn. Tussen boos en teleurgesteld. Tussen verdriet dat stroomt en verdriet dat vastzit. Maar zolang we er maar één woord voor gebruiken, blijft ook onze beleving wat vager, wat zwartwitter. Iets waar we misschien niet zoveel mee hoeven of willen.'
Taal vormt natuurlijk geen perfecte afspiegeling van wie we zijn, maar ze verraadt wél veel. De woorden die wij kiezen, zeggen iets over waar we aandacht aan besteden. Én waar we misschien liever niet te dichtbij komen.
Opvallend genoeg geldt dit niet alleen voor gevoelens, maar ook voor hoe we over onszelf praten. “Ik ben nu eenmaal zo.” “Ik kan dit gewoon niet.” “Het zit niet in mij.”
Dat zijn zinnen die klinken als feiten, maar vaak zijn het vermomde conclusies. Alsof we onszelf met taal vastzetten in plaats van beschrijven. Terwijl taal ook ruimte kan maken. Een verschil van één woord kan al voelen als een kier licht.
“Ik kan dit niet” is iets anders dan “Ik kan dit nu nog niet.” En “Ik ben zwak” voelt anders dan “Ik ben uitgeput.”
De sneeuw in Nederland is weer verdwenen. Ze smelt, wordt water, wordt modder, wordt herinnering. Maar de manier waarop we praten, tegen elkaar en tegen onszelf, die blijft vaak ongemerkt hetzelfde.
En misschien kunnen we hier een mooie uitnodiging in vinden in deze - winterse - dagen: niet alleen kijken naar wat er ligt, maar luisteren naar hoe we het benoemen. Naar de woorden die wij automatisch gebruiken. En ons afvragen: zijn ze nog passend? Of zijn ze ooit gekozen in een andere fase van ons leven?
Je hoeft geen tientallen woorden te hebben voor alles wat je voelt. Maar misschien wel één woord meer dan gisteren. Iets preciezer. Iets eerlijker. Iets vriendelijker. Want net als bij sneeuw geldt: hoe beter je het verschil ziet, hoe veiliger je je erin kunt bewegen.
Dus: hoeveel woorden heb jij vandaag gebruikt voor hoe het écht met je gaat?
Evelien schrijft onder het motto "Zoektocht naar Chronisch Geluk", over thema's die haar raken én waarmee zij in haar praktijk te maken krijgt. Zoals acceptatie, rouw, psychologie, geluk en gezondheid.
Zij werkt met mensen met langdurige gezondheidsklachten en beperkingen, vanuit haar overtuiging dat geluk niet alleen mogelijk is. Maar ook dat je daarin meer in handen hebt dan je soms denkt.
Nieuwsgierig naar meer? Bekijk de webpagina www.chronischgeluk.com, voor meer informatie, nieuwe inzichten, tips en herkenning.
