MAASGOUW - Een vakantie hoort de ultieme manier te zijn om
te ontspannen, maar voor veel Nederlanders blijkt de nachtrust op bestemming
een flinke uitdaging.
Uit nieuw onderzoek van
Swiss Sense naar
het slaapgedrag van Nederlanders blijkt dat maar liefst 51 procent van de
ondervraagden slechter slaapt op vakantie dan in hun vertrouwde omgeving thuis.
Vooral jongeren en vrouwen ervaren moeite met de omschakeling, waarbij het
gemis van het eigen kussen en matras de grootste boosdoeners zijn.
Leeftijd
Het onderzoek - uitgevoerd onder 861 Nederlanders - brengt de slaapgewoonten op
vakantie, de acclimatisatietijd én het slaapgedrag tijdens de reis zelf
gedetailleerd in kaart. Hoewel 42 procent van de Nederlanders aangeeft geen
verschil te merken en 7 procent zelfs beter slaapt buiten de deur, ervaart de
meerderheid dus een achteruitgang in nachtrust.
Dit percentage schiet met name
bij jongere generaties omhoog: maar liefst 67 procent van de 18 tot 34-jarigen
en 72 procent van de 35 tot 44-jarigen kampt met een slechtere slaapkwaliteit
op vakantie. Ter vergelijking: onder de 65-plussers is dit slechts 36 procent.
Daarnaast ligt het percentage vrouwen dat slechter slaapt (58 procent) aanzienlijk hoger dan bij mannen (43 procent).
Acclimatiseren
Een nieuw bed behoeft tijd. Bijna de helft van de Nederlanders - 47 procent - heeft één tot twee nachten nodig om te wennen aan een andere slaapplek. Waar 26
procent direct de eerste nacht als een roosje slaapt, heeft 6 procent langer
dan vier nachten nodig en kan 7 procent simpelweg nooit aarden in een vreemd
bed. Ook hier trekken mannen aan het langste eind: 33 procent van de mannen
slaapt direct de eerste nacht goed door, tegenover slechts 20 procent van de
vrouwen.
Eigen kussen
Wat missen we dan het meest? Met stip op één staat het eigen kussen (64
procent), direct gevolgd door het eigen matras of de boxspring (58 procent) en
het vertrouwde dekbed (24 procent). Om deze vakantiekwaal tegen te gaan, neemt
18 procent van de Nederlanders standaard iets mee uit de eigen slaapkamer. In
90 procent van de gevallen dat er iets meegaat, betreft dit – niet geheel verrassend
– het eigen hoofdkussen. Ook oordopjes (18 procent) en het eigen dekbed (13
procent) worden regelmatig in de koffer of achterbak gestopt.
Onderweg
Niet
alleen op de bestemming, maar ook de reis er naartoe is een beproeving voor
onze biologische klok. Een krappe meerderheid (54 procent) slaapt nooit of
zelden tijdens de reis. Als er onderweg wél een hazenslaapje wordt gedaan,
gebeurt dit het vaakst in het vliegtuig (46 procent) of in de auto (38
procent). De trein (12 procent) en de bus (9 procent) blijken een stuk minder
populair om de ogen te sluiten. Om de rust een handje te helpen, grijpt de
Nederlander onderweg het liefst naar oordopjes (22 procent) of een reiskussen
(15 procent).